|
SCHRIFTELIJK DEBAT MET CONSUMENTBOND & BIOTECHNOLOGIE.
VoMiGEN nodigt de stichting Consument & Biotechnologie dd. 7 september 1999 schriftelijk uit voor een schriftelijk maatschappelijk debat.
Woordvoerder Huib de Vriend verwijst ons met onze vragen naar de Consumentenbond.
De Consumentenbond heeft onze vragen niet beantwoord. (Zie schrijven van Huib de Vriend HdV/99/32.)
Door de heer A. van Gendenren werd namens Consumentenbond & Biotechnologie dit debat beëindigd. Zie schrijven 6.10.99 Ref.: AvG/99/353 met de mededeling: ' We willen nu op uw vragen ingaan, maar wat betreft het door u gewenste schriftelijke debat moeten we u verder teleurstellen. Het is voor ons absoluut ondoenlijk om een dergelijk debat met u aan te gaan. Dit gaat ons dermate veel tijd kosten dat het in geen verhouding lijkt te staan tot een mogelijk resultaat. Bovendien sluit de vorm die u voor 'een debat' wenst te kiezen niet aan bij onze intenties.
Brief aan de heer van Genderen met de mededeling dat het eenzijdig verbreken van het opgang gezette schriftelijke debat niet van rechtvaardigheid getuigd. Zie verzoek tot herziening van zijn besluit

SCHRIFTELIJK DEBAT GENTECHNOLOGIE
VoMiGEN -Consument & Biotechnologie/Consumentenbond
Onderstaand de schriftelijke antwoorden van de stichting Consument & Biotechnologie in haar brief van 04.10.99 op de gestelde vragen van VoMiGEN van dd. 29.09.99 alsmede de reacties hierop. Ten behoeve van de leesbaarheid voor een breder publiek wordt in dit geschrift: - eerst de vraag uit onze brief van 29/9/99 herhaald,
- dan het antwoord van de stichting Consument & Biotechnologie - en vervolgens de reactie van de vragensteller.
Vraag 4) Van: de stichting VoMiGEN; aan: de stichting Consument & Biotechnologie.
Een woordvoerder van het Nederlands Platform voor Gentechnologie stelde u de vraag : Waarom heeft u namens de stichting Consument & Biotechnologie in het Regulier Overleg Warenwet (ROW) in januari geen enkele inspanning geleverd om een 100% gentechvrije voedingsketen te bewerkstelligen. In plaats daarvan heeft u gepleit voor een algehele besmetting met gmo's. Op deze vraag heeft u tijdens de expertmeeting geen antwoord gegeven. Bent u bereid op deze vraag alsnog in te gaan?
Antwoord 4.1) Van: de stichting Consument & Biotechnologie; aan: de stichting VoMiGEN.
De vraag die dhr. De Lange tijdens de bijeenkomst van Groen Links in Utrecht stelde zou o.i. eerst geherformuleerd moeten worden. Er is door ons namelijk geen voorstel voor drie stromen 'afgekraakt'.
In de eerste plaats verdient de rol van het Regulier Overleg Warenwet (ROW) enige toelichting voor diegenen die daar niet volledig mee bekend zijn. Tot voor een aantal jaren geleden beschikte de overheid over de mogelijkheid om op het terrein van Warenwettelijke aangelegenhedenformeel advies in te winnen bij Adviescommissie Warenwet. Enige jaren geleden heeft de overheid een groot aantal adviesorganen afgeschaft, waaronder de Adviescommissie Warenwet. Op een aantal terreinen bleef toch behoefte bestaan om voeling te houden met haar maatschappelijk veld, en is besloten tot een informele voortzetting in de vorm van een klankbordgroep; het ROW. Hierin zitten vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, consumentenorganisaties en de overheid. Eén van de terreinen waarop die klankbordfunctie van belang is betreft de nieuwe voedingsmiddelen. Zaken die op nieuwe voedingsmiddelen betrekking hebben worden besproken in het speciaal daartoe ingestelde Deskundigenoverleg Nieuw Voedingsmiddelen.
De discussie over etikettering heeft een lange geschiedenis, eerst in de Adviescommissie Warenwet, en nu in het ROW. Aan de basis van die discussie ligt een gemeenschappelijke verklaring van het informeel overleg Biotechnologie over etikettering en het vroegtijdig informeren van maatschappelijke organisaties over voorgenomen marktintroducties van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. In deze verklaring (zie bijlage) is uitdrukkelijk aangegeven dat op het punt van de etikettering over een aantal gevallen geen overeenstemming kon worden bereikt. Er is toen afgesproken dat daar verder over doorgepraat zou worden.
Na de introductie van de genetische gemodificeerde soja zijn pogingen om die discussie voort te zetten door het bedrijfsleven stelselmatig ontweken. Daarnaast constateerden wij op grote schaal een gedrag bij levensmiddelenproducenten dat is gericht is op het niet-etiketterend van de producten.
Dat ontwijkgedrag, in combinatie met de gebrekkige regelgeving leidt tot een situatie die voor consumenten volstrekt onduidelijk is. Slechts een gering aantal producten wordt geëtiketteerd. Wie levensmiddelen wil die gegarandeerd zonder gentechnologie zijn geproduceerd is aangewezen op biologisch producten, en ook dat is -helaas- een klein relatief duur segment in de markt. Het merendeel van de ggo-bevattende levensmiddelen wordt niet geëtiketteerd. Dat is een groot grijs gebied, waarbinnen het als gevolg van de vele uitzonderingen niet zeker is of een product nu wel of geen genetisch gemodificeerde ingrediënten bevat.
Het voorstel van het productschap waar dhr. De Lange aan refereerde was precies gericht op verdere formalisering van de hierboven geschetste, voor consumenten ongewenste situatie: zeer beperkte etikettering als gevolg van een groot aantal uitzonderingen en een tamelijk ruim percentage toegestane ggo-contaminatie in de categorie Ídentity Preserved'(gevrijwaard van etiketteringspicht).
Het commentaar op het voorstel van het Productschap is door ons verwoord in een Engelstalige notitie die t.b.v. een bijeenkomst van de food officers van de bij BEUC (Bureau Européen des Unions de Consommateurs) hebben opgesteld. Een kopie van dit commentaar is bijgesloten.
Het is ons niet geheel duidelijk waar u op doelt met uw opmerking over 'het leveren van geen enkele inspanning om een 100% gentech vrije voedingsketen te bewerkstelligen'. Zo was de vraag op de expertmeeting niet gesteld. Als hier doelt op het accepteren van enige contaminatie met ggo-materiaal, dan kunnen wij u daarover het volgende meedelen. Wij hebben de mogelijkheid van een nultolerantie voor ggo-contaminatie serieus
overwogen, en zijn tot de conclusie gekomen dat het volstrekt niet van realiteitszin getuigt om te pleiten voor zo'n nul tolerantie. In de gegeven situatie zijn de producenten van biologische producten primair verantwoordelijk voor de kwaliteit. Het niet gebruiken van gentechnologie is nu terecht als een nieuw kwaliteitskenmerk geïntroduceerd. Het hanteren van nultoleranties zou het echter voor de biologische landbouw vrijwel praktisch onmogelijk maken nog voor die kwaliteit in te staan.
Zoals al aangegeven op de bijeenkomst van groen Links in Utrecht, lijkt een systeem gebaseerd op originecertificaten voor grondstoffen en ingrediënten, waarbij van detectiemethoden gebruik gemaakt kan worden voor controle in de keten, uit een oogpunt van duidelijkheid voor consumenten een goede oplossing.
U zult begrijpen dat een dergelijke uitvoerig antwoord op een zo specifieke vraag op de Groen Links avond in Utrecht o.i. niet op z'n plaats was.
Reactie 4.2) Van: de heer Wytse de Lange; aan: de stichting Consument & Biotechnologie.
U schrijft: dat door u geen voorstel voor drie stromen is 'afgekraakt'. Met alle respect dit zijn uw woorden maar zeker niet mijn schriftelijke vraag. Ik herhaal mijn vraag: 'waarom heeft C&B geen enkele inspanning geleverd om een 100% gentech vrij voedselketen te bewerkstelligen?' Als antwoord zegt u hierop: 'wij hebben de mogelijkheid van een nultolerantie voor ggo - contaminatie serieus overwogen, en zijn tot de conclusie gekomen dat het volstrekt niet van realiteitszin getuigt om te pleiten voor zo'n nultolerantie'. Hier gaat mijn vraag juist om! Wie, hoe en op welke gronden wordt bij uw organisatie bepaald dat een streven naar een 'nultolerantie' van geen realiteitszin zou getuigen? (vraag 7)
Vraag 5) Van: stichting VoMiGEN; aan: stichting Consument & Biotechnologie:
Mevrouw L. Eijsten uit Amsterdam heeft u gewezen op een storende fout in het jaarverslag 1996/97 op pagina 20 hoofdstuk: Herbicidenresistente koolzaad, in de volgende tekst: '…..Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een grote concentratie glufosinaat invloed zou kunnen hebben op hersenen van ratten….'. Mevrouw van Eijsten heeft u gewezen op het feit dat 'grote' concentratie misleidend is. Dit moet zijn zéér 'kleine' concentratie waar zelfs bij minder dan 1 mg reeds nadelig effecten zou kunnen optreden. U had mevrouw Eijsten toegezegd in het volgende jaarverslag een rectificatie te plaatsen. Zover ons bekend heeft u dit tot op heden niet gedaan. Erger nog…. U heeft mevrouw Eijsten inmiddels laten weten dit ook niet meer te zullen gaan doen. Waarom corrigeert u zo'n ernstige fout niet?
Antwoord 5.1) Van: de stichting Consument & Biotechnologie; aan: stichting VoMiGEN.
Over de betreffende passage in het jaarverslag van 1996-1997 bestond bij ons intern in eerste instantie enige verwarring. Die verwarring heeft te maken met de opzet van het experiment en Fujii, waarbij de hoogte van de dosering die is toegepast een discussiepunt is.
Als in het onderzoek zou zijn gewerkt met orale blootstelling, zou er namelijk sprake zijn van een relatief lage dosis, en zou de kritiek die door mevrouw Eijsten is geuit terecht zijn. In het geval van de studie waarnaar wordt verwezen is echter geen sprake van orale toediening, maar van subcutane injectie van glufosinaat -ammonium in jonge ratten. Dat is een geheel ander type blootstelling, waarbij een veel lagere dosering reeds effecten kan veroorzaken. In dit geval is de dosis laag wanneer de stof oraal wordt toegediend, maar kan ze als hoog worden beschouwd bij de door Fujii gebruikte methode van subcutane injectie.
Overigens moet men zich bij ieder type onderzoek waarbij gekeken wordt naar toxicologische of immunologische effecten terdege afvragen wat de invloed is van de toedieningswijze. Dat maakt het beoordelen van dergelijk onderzoek uitermate lastig en, zoals dat wel vaker het geval is, voor verschillende interpretaties vatbaar.
Reactie 5.2) Van: mevrouw Eijsten en de heer J. van der Meulen uit Amsterdam; aan: de Stichting
Consument & Biotechnologie.
Kanttekening bij de beantwoording van de brief van de Consument & Biotechnolgie aan de heer R.A.Verlinden stichting VoMiGEN Rotterdam, 29.09.99: Vraag 5.
Betr.: Rapport door Tomoko Fujii, Takaro Ohata en Matsue Horinaka, van de Teikyo University School
of Medicine, Tokyo: Alterations in the Response to Kainic Acid in Rats Exposed to Glufosinate
Ammonium, a Herbicide , during Infantile Period. Dit onderzoek was het begin van een research
getiteld: "Transgenerational Effects of Man-made Environmental Toxic Agents Contaminating the
Earth". Deze studie werd ondersteund door het Ministry of Education, Science, Sports and Culture
Grants - in Aùd No. 05278114
1)
De hoogte van de dosering zou een discussiepunt zijn. Dit is onzin. De hoogte is gewoon vermeld, n.l. 1 mg/kg subcutaan. Dat dosering gekwalificeerd moet worden als "laag" volgt uit het feit, dat de laagste dosering, waarbij nog geen effect werd geconstateerd bij toediening volgens de een of andere route (oraal, dermaal, inhalatie, subcutaan, intraveneus, intraperitoneaal, enteraal, parentaal) bij andere proeven 2 mg/kg is.
E. Ebert et al. Hoechst in: "Summary of Safety Evaluation Toxicity Studies of GLA" geeft een aantal No Observable Effect Levels in verschillende proefopstellingen (bij verschillende dieren, Verschil in toedieningsroute, verschil in gezochte effecten.
Volgens Hoechst: die laagste NOEL is 2 mg/kg.
Uit genoemd rapport, blz.148: Ïn summary, it can be stated that the lowest NOEL of 2 mg GLA/kg body weight/day, established in a chronic (24-month) feeding study in rats, has been verified by special investigations into the mode of action of GLA. Since the toxicological data for GLA indicated no genotoxic, carcinogenic or teratogenic potential or other special toxicological hazards, a safety factor of 100 seems to be sufficiently conservative for establishing an Acceptable Daily Intake (ADI) value. For these reasons an ADI of 0.02 mg/kg body weight/day is proposed for GLA."
Dat de toedieningsroute geen realistische blootstellingsroute is en wellicht affektiever of ook minder effektief is dan een andere blootstellingsroute, doet echt niet ter zake!
Over de effecten van de blootstellingsroute kan onderzoek worden gedaan. In de brief van de Consument C&B wordt "gespeculeerd: het is geen "discussie-punt". De hoogte van de dosering staat vast.
In het jaarverslag van de C&B 96/97 werd
- de hoogte van de dosering niet vermeld, zodat de lezer niet zelfstandig kan oordelen - heel misleidend.
- De exacte bibliografische gegevens van het artikel van Fujii waarop de "discussie" betrekking had, zijn afwezig, en het zou heel wel mogelijk zijn, dat er andere proeven met andere doses van 1 mg/kg bestaan. Maar dit blijft nu in de mist hangen.
2)
Als bij een dosering een effekt wordt geconstateerd, dan bestaat de kans, dat het effekt maximaal is, dat er een "plafond" is bereikt. Een verdere verhoging van de dosering zal niets aan het effekt veranderen.
Om de gedachten te bepalen, een voorbeeld. Als met een dosering van x gram alle dieren sterven, zullen bij een 2x hogere doses ook alle dieren sterven.
Uit de cijfers van Fujii blijkt, dat hogere doseringen dan 1 mg/kg GEEN noemenswaardig extra effect oplevert.
Er is dus bij 1 mg/kg reeds een plafond bereikt (in DIT opzicht is 1 mg/kg dus een hoge dosis, terwijl dit t.a.v. de gepubliceerde en aan de ADI ten grondslag gelegde waarde van 2 mg/kg "laag" is).
Wat het No Observable Effect Level (NOEL) van deze proef met jonge ratjes is. is onbekend. Het is misschien wel 100x lager dan 1 mg/kg!!!!!
3)
Dat de blootstellingsroute niet echt relevant is, blijkt uit een proef van Fujii, waarbij de zogende moeder in het voer glufosinaat krijgt toegediend. (Ui Cancer Causes and Control, Vol.08, Issue 03: Transgenerational effects of maternal exposure to chemicals on the functional Development of the brain in the offspring.
De ratjes welke bij haar drinken vertonen dezelfde effekten als bij de subcutane injectie in het eerder genoemde voorbeeld. Hierbij zien we, dat hoewel subcutaan niet realistisch is, het wel indicatief kan zijn voor een andere realistischer route.
4)
Een "terzijde"
Het "effect" waarover we het hebben, n.l. de respons op kainic acid kunnen we vermoedelijk interpreteren als een verstoring in de aanleg van een klasse van neurotransmitter-receptoren.
5)
SLOTCONCLUSIE
Er is in het Jaarverslag Consument & Biotechnologie 1996/1997 een marketing strategie gebruikt:
Feiten zijn gebagatelliseerd, misleidend geïnterpreteerd en onjuist geciteerd, alles op een volkomen Onwetenschappelijke manier.
Was getekend te Amsterdam dd. 20 oktober 1999 door de heer J. van der Meulen en mevrouw L.Eijsten
Ps. Om mogelijke misverstanden en fouten tijdens het over typen van deze brief uit te sluiten is de originele
brief gestuurd aan de Stichting Consument en Biotechnologie.
Vraag 6) Van: de stichting VoMiGEN; aan: de stichting Consument & Biotechnolgie.
Het was mevrouw Eijsten ook al opgevallen dat u in hetzelfde jaarverslag op pagina 19 schreef: ' …op basis van informatie van ondermeer de fabrikant wordt per aanvraag een rapport opgesteld…..' Op pagina 9 van hetzelfde jaarverslag schrijft u onder het hoofdstuk informatiepunt voeding en moderne biotechnologie: 'De doelstellingen van dit informatiepunt zijn: 'het aanbieden van informatie aan consumenten op een voor iedereen toegankelijke wijze uit een voor consumenten betrouwbare bron;….' Bent u van mening dat op basis van informatie van onder meer de fabrikant u kan zeggen dat u de consument informeert vanuit een betrouwbare bron?
Antwoord 6.1) Van: de stichting Consument & Biotechnologie; aan: stichting VoMiGEN.
Zoals in ons jaarverslag is aangegeven is de informatie die via het informatiepunt voeding en moderne biotechnologie aan consumenten is verstrekt onder meer gebaseerd op informatie die door de fabrikanten is verstrekt. Uit een oogpunt van onafhankelijkheid spreekt het voor zich dat er gebruik is gemaakt van een groot aantal andere informatiebronnen. Overigens was dat ook bittere noodzaak omdat fabrikanten niet altijd erg scheutig zijn met het verstrekken van relevante informatie.
Reactie 6.2) Van: Robert. A.Verlinden; aan: stichting Consument & Biotechnologie.
U zegt gebruik te maken van een groot aantal andere informatiebronnen. Zover ons bekend zijn er maar weinig mensen en instanties die werkelijk iets afweten van de gevolgen van genetische manipulatie. Daarom vinden wij het van groot belang alle informatiebronnen te kennen zodat we zelf enigszins de betrouwbaarheid van uw berichtgeving mede kunnen toetsen. Wij stellen het dan ook bijzonder op prijs van u te vernemen wie naast de fabrikant uw andere informatiebronnen zijn? (vraag 8).
In de Consumentengids september 1999 schrijft de Consumentenbond 'dat genetisch modificatie op dit moment vooral voordelen oplevert voor de producent. Productiemethoden worden efficiënter en gemakkelijker. Of dit ook uiteindelijk zal leiden tot een lagere prijs is nog niet duidelijk'. Dit staat in schril contrast met wat u in mei 1995 schreef. Toen schreef u: '….Door zo'n ingreep kunnen levensmiddelen bijvoorbeeld goedkoper geproduceerd worden …..', waarmee de Consumentenbond eigenlijk haar leden een goedkoper product in het vooruitzicht stelde. Wij zijn dan ook nieuwsgierig van wie u in 1995 de informatie kreeg dat genetisch gemanipuleerde producten voordeliger zou kunnen zijn? (vraag 9).
Wij vragen u dit in het bijzonder om de volgende reden: een van de eerste producten die dankzij de Consumentenbond geëtiketteerd werd was, begin jaren zestig, echte schapen scheerwol. Dit fantastisch initiatief heeft zich geweldig uitgebreid naar een brede lijn van artikelen. Ongeëtiketteerde producten is vandaag aan de dag praktisch ondenkbaar. Dit hebben we te danken aan de Consumentenbond waar miljoenen consumenten de Consumentenbond tot op de dag vandaag nog steeds zéér dankbaar voor zijn. Het spreekt voorzich dat bij genetisch gemanipuleerde producten, de teelt, transport, verwerking etc van genetisch gemanipuleerde producten en grondstoffen gescheiden moet plaats vinden willen we onze keuzevrijheid behouden. Dit betekent echter wel dat, vanwege de scheiding, de productiemethode van het eindproduct aanzienlijk meer gaat kosten. Uit welke informatiebron zouden we dan mogen afleiden dat productiemethoden van genetisch gemanipuleerde producten efficiënter en gemakkelijker zouden zijn? (vraag 10).
Tot slot:
De stichting Consument & Biotechnologie schrijft in de eerste alinea van haar brief: 'Uit de aanhef van de brief wekt u de suggestie dat u een schriftelijk debat met ons wilt voeren. Vervolgens geeft u een voorzet door het stellen van een groot aantal vragen en het poneren van een aantal stellingen. We willen nu op uw vragen ingaan, maar wat betreft het door u gewenste schriftelijke debat moeten we u verder teleurstellen. Het is voor ons absoluut ondoenlijk om een dergelijk debat met u aan te gaan. Dit gaat ons dermate veel tijd kosten dat het in geen verhouding lijkt te staan tot een mogelijk resultaat. Bovendien sluit de vorm die u voor'een debat' wenst te kiezen niet aan bij onze intenties'. In dit kader wil ik u graag op het volgende wijzen:
Op ons eerder gestelde drie vragen heeft uw collega de heer Huib de Vriend, woordvoerder van uw stichting
dd. 7 september schriftelijk gereageerd en heeft ons verwezen naar de Consumentenbond omdat de betreffende vragen standpunten van de Consumentenbond waren. Nergens konden wij afleiden dat uw stichting dit schriftelijk debat niet zou willen.
Zoals u weet is door alle politieke partijen gevraagd en geëist tot een grotere transparantie in de vele vragen en de problematiek rond genetische manipulatie te komen. Ik verwijs u hiervoor naar het algemeen overleg in de Tweede Kamer over biodiversiteit van 14 april en 30 juni Om aan dit verzoek te kunnen voldoen komt het mij voor dat een schriftelijk debat hier het meest uitgesproken middel voor is. Waarom sluit dit niet aan bij uw intenties? Welke intenties heeft u dan wel met betrekking tot voorlichting en het behandelen van vragen die in de samenleving leven? (vraag 11).
Wij zijn het met u eens dat (begrijpelijke) voorlichting geven veel tijd kost dus ook dit schriftelijke debat maar tot op heden werkt het al voor honderden mensen zeer verhelderend. In dit opzicht ervaren wij dat onze tijd buitengewoon goed besteed is. Daarbij komt dat uw stichting Consument & Biotechnologie wordt gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij met als doel de Consumentenbond te ondersteunen. Daarnaast kreeg de Consumentenbond in 1998 vijf miljoen guldens subsidie van de overheid. De debaters die tot op heden meedoen aan dit schriftelijk debat betalen, middels hun belasting, mee aan de subsidie die uw organisatie krijgt en waar uw salaris van wordt betaald. Dit staat in schril contrast met de debaters in dit debat die al hun activiteiten zelf betalen. De enorme hoeveelheid tijd, waarvan onderstaand een idee, die hier ingestoken wordt houden we voor de eenvoud van de rekensom buiten beschouwing.
De heer J. van der Meulen en Mevrouw L. Eijsten deden de volgende activiteiten:
Twee Amsterdamse particulieren die op basis van wetenschappelijke literatuur aantonen dat wat door fabrikanten wordt gezegd niet altijd klopt en de overheid wijst op de risico's en gevaren. Het zal duidelijk zijn
dat hier ongelooflijk veel tijd en heel veel geld in zit. De stichting Consument & Biotechnologie, de overheid en de industrie krijgen van deze twee burgers GRATIS informatie en kritiek, dit zonder dat ook maar iemand hiervoor dankjewel zegt. In dit verband verwijs ik naar een brief van 5 april aan het ministerie van VROM welke brief u kunt vinden op de websitepagina: http://www.xs4all.nl/~jwbos/eijsten/index.html
De heer van der Meulen en mevrouw Eijsten diende de volgende stukken bij de overheid in:
Bij het VROM 17 commentaren wegens markttoelating;
bij de Raad van State 13 bezwaarschriften tegen veldproeven;
bij de Raad van State 12 beroepschriften tegen veldproeven.
De heer Wytse de Lange namens het Nederland Platform voor Gentechnologie.
De heer de Lange was de initiatiefnemer en degene die de kar trok om het grootste, wetenschappelijke getinte, maatschappelijke debat over de toepassing van gentechnologie tot stand te brengen. Dit debat werd gehouden in Amsterdam op 10 september j.l. Meer dan 200 genodigden waren aanwezig. Als gastspreker was hier aanwezig Dr.Arpard Pusztai uit Engeland waarvan zijn wetenschappelijk werk in oktober dit jaar in het prestigieuze wetenschappelijk tijdschrift The Lancet werd gepubliceerd. Daarnaast vertegenwoordigt dit platform praktisch alle gezindten zonder onderscheid des persoons. Zij zijn als het ware een centrum waar ieder met vragen en antwoorden over gen technologie terecht kan. Zij coördineren internationale informatie en activiteiten en doen al het mogelijk ervoor te zorgen dat deze internationale informatie up-to date blijft. Het platform geeft informatie - adviezen en kritiek aan ieder die dit wil. Stellen ook de ethische vragen aan de orde. Organiseert voorlichtings avonden voor jongeren , voor organisaties, milieuverenigingen, bedrijfsleven etc. Voorbeelden hiervan zijn voorhanden. De hoeveelheid mensen en de hoeveelheid tijd die hier vrijwillig in zit is enorm.
Robert A. Verlinden oprichter van de stichting VoMiGEN
Hij is met name alert op misbruik wanneer het om genetische manipulatie gaat.
Heeft bewerkstelligd dat door het CDA in de Tweede Kamer expliciete vragen werden gesteld over de genetische gemanipuleerde maïs wat als voeding wordt gebruikt voor de maïskip.
Verlinden heeft persoonlijk straatacties gevoerd tegen de gemanipuleerde voeding van maïskippen
Heeft zorggedragen dat de natuurvoedingwinkel organisatie (NWO) aan ca. 120 natuurvoedingswinkels het advies hebben gegeven om een internationaal bekend Amerikaans product uit het schap te nemen waarvan geen zekerheid kon worden verkregen of het wel of niet genetische gemanipuleerde ingrediënten bevatte. Met als gevolg dat dit een bijdrage heeft geleverd aan de discussie in de USA over de toepassing van gentechnologie in export voeding naar Europa. Verlinden is Initiatiefnemer van dit schriftelijke debat. Signaleert en kijkt kritisch naar het handelen van de Consumentenbond en de overheid wanneer het om de toepassing van genetische manipulatie gaat.
Als ik bovenstaande activiteiten in aanmerking neem roept dit de vraag op wat heeft de Consumentenbond en wat heeft u als stichting Consument en Biotechnologie, met al dat gesubsidieerde gemeenschapsgeld, voor haar leden en voor de consument in het algemeen gedaan wanneer het om de toepassing van gentechnologie in onze gewassen en voeding gaat? (vraag 12).
Uw stichting Consument & Biotechnologie is in 1990 opgericht en sindsdien actief. In september 1999 publiceert de Consumentenbond in de Consumentengids pas voor het eerst dat alle Nederlanders verontreinigd voedsel eten. Waarom heeft u uw leden en de consument hier niet eerder tegen gewaarschuwd? Waarom heeft u hier niet tegen geprotesteerd? (vraag 13).
Dit debat, ref.nr. 0004/01.11.99, is een initiatief van de stichting ter Voorkoming Misbruik Genetische Manipulatie 'VoMiGEN', gevestigd aan de Westersingel 52 te 3014 GV Rotterdam. Tel. 010- 2251433 Fax 010- 2251400. E-mail: vomigen@wxs.nl
Robert A.Verlinden. Rotterdam, 2 november 1999.
|